Een naam op de titelpagina
Uitgeverij en familie
Een firmanaam kan langer bestaan dan de loopbaan van één uitgever. Daarom worden personen, adressen en bedrijfsnamen afzonderlijk vastgelegd.
De eerste vestigingen
Het levensbericht dat F. Mijnssen in 1932 publiceerde, geeft een helder overzicht: Cornelis Anthony Jacobus van Dishoeck (1863–1931) vestigde zich op 1 januari 1889 als uitgever in Leiden. De zaak verhuisde in 1898 naar Amsterdam en in 1903 naar Bussum. In mei 1928 werd zij een naamloze vennootschap.
Deze eigentijdse bron is hier het uitgangspunt voor de vroege chronologie. Een adres op een brief of boek wordt daarnaast steeds vergeleken met de datering van dat afzonderlijke stuk.
Meer dan één Van Dishoeck
Na het overlijden van de oprichter in 1931 zette zijn zoon August, ook Guus genoemd, de zaak voort. In de jaren vijftig raakte diens zoon Kees, opnieuw C.A.J. van Dishoeck geheten, bij het bedrijf betrokken. De latere samenwerking met Van Holkema & Warendorf en de vorming van Unieboek behoren tot een volgende fase.
Bij correspondentie zijn voorletters alleen dus niet altijd voldoende. Een handtekening, briefdatum, functie of adres kan helpen om de afzender te bepalen.
Wat nog nader onderzocht wordt
De dagelijkse organisatie van kantoor en magazijn, het werk van vertegenwoordigers en contacten met boekhandelaren verdienen een plaats naast de geschiedenis van het fonds. Personeelsfoto’s, agenda’s en zakelijke papieren kunnen die kant van de uitgeverij zichtbaar maken.
Bewaar bij een foto ook de achterkant en eventuele envelop. Een later bijgeschreven naam is nuttig, maar wordt onderscheiden van een oorspronkelijke aantekening.